Rechter bevestigt opnieuw: waarnemen is nog steeds mogelijk
Opnieuw oordeelt de rechter dat werken als waarnemer in de zorg nog steeds mogelijk is. Het is niet de eerste keer dat een rechter tot deze conclusie komt. Maar deze uitspraak is wel hét voorbeeld waar we in de zorg al enige tijd op wachten.
De feiten
In deze zaak gaat het om een logopediste die op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaam is voor een dyslexie- en logopediepraktijk. Dit is de enige opdracht van de logopediste, waarbij zij vast op maandag, dinsdag en woensdagochtend werkt. Een werkwijze die wij vaker zien bij onze waarnemend huisartsen en tandartsen.
Natuurlijk is enige nuance op zijn plaats. Bij elke beoordeling van de arbeidsrelatie moeten steeds alle relevante omstandigheden meegewogen worden. Bovendien moet je iedere samenwerking met een waarnemer apart beoordelen.
Toch bevat deze uitspraak enkele opvallende conclusies die haaks lijken te staan op eerdere standpunten van de Belastingdienst. Opvallend aan deze uitspraak is vooral dat de rechter geen enkel kenmerk ziet van een verplichte arbeidsovereenkomst.
Inbedding hoeft geen probleem te zijn
De Belastingdienst suggereerde in hun voorlopige oordelen aan de beroepsverenigingen LHV en KNMT dat een waarnemend huisarts in een huisartsenpraktijk, of een waarnemend tandarts in een tandartsenpraktijk, ingebed is.
De rechter oordeelt in deze zaak juist het tegenovergestelde. Hoewel de werkzaamheden kunnen passen binnen de organisatie, blijkt daar niet direct een gezagsverhouding uit. Ook het gebruik maken van het e-mailadres van opdrachtgever wijst daar niet op; dit ligt gelet op het contract met de zorgverzekeraar juist voor de hand. Zelfs wanneer de werkzaamheden van een waarnemer kernactiviteiten zijn, is er dus niet per definitie sprake van een loondienstverband.
Langere tijd voor één opdrachtgever werken is denkbaar
Daarnaast suggereert de Belastingdienst dat langere tijd werken voor één opdrachtgever niet meer mogelijk zou zijn. Maar als we deze conclusie vergelijken met de overwegingen van de rechtbank, dan is ook deze te voorbarig.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van meerdere opdrachtgevers een bewuste keuze van de waarnemer is en dat dit niet wegneemt dat de waarnemer zich als ondernemer gedraagt. Het ondernemerschap blijkt onder meer al uit de inschrijving van de waarnemer in het handelsregister en het factureren namens de onderneming.
Vaste dagen werken kan ook
Ten slotte suggereert de Belastingdienst dat het werken op vaste dagen kan duiden op een gezagsverhouding. Ook deze aanname is te voorbarig.
De rechtbank oordeelt in deze zaak dat het werken op vaste dagen niet automatisch hoeft te wijzen op een gezagsverhouding. De waarnemer mag op maandag, dinsdag en woensdagochtend zelf bepalen wanneer hij of zij de patiënten inplant en hoe de werktijden worden ingericht.
Conclusie
De belangrijkste conclusie die we kunnen trekken uit deze uitspraak is dat het nog steeds mogelijk is om als waarnemer in de zorg te werken. Natuurlijk moeten de praktijkhouder én de waarnemer heldere afspraken maken en ervoor zorgen dat de zelfstandigheid van de waarnemer behouden blijft. En elke situatie moet daarbij weer opnieuw bekeken worden. Wederom blijkt dat van een algeheel verbod op waarnemen geen sprake is.