Kwaliteit, keuze en verantwoordelijkheid in de diergeneeskunde
Op 18 december 2025 verscheen het nieuws dat al enige tijd werd verwacht: het rapport van de ACM. Hierin staat onder andere dat dat de prijzen voor diergeneeskundige zorg hoog zijn en dat er sprake is van overbehandeling. En ja, hoewel deze prijzen in sommige gevallen inderdaad best fors zijn, staat daar vaak uitgebreide en hoogwaardige zorg tegenover.
Het is in ieder geval aanleiding voor de Autoriteit Consument en Markt (ACM) om zaken eens nader te onderzoeken.
Achterhoedegevecht
Wij verwachten dat vooral de ketens onder een vergrootglas komen te liggen. Zij zijn in toenemende mate commercieel, duur en leveren vaak geen constante kwaliteit, mede door bezettingsproblemen. Ook als ze die oplossen, blijft het afromen van winst naar – (vaak) buitenlandse – investeerders zorgen voor structureel hoge prijzen.
De ACM zal een oordeel vormen, met name over de vraag of de overnames van dierenartsenpraktijken door ketens nader onderzocht moeten worden. Dat is mijns inziens dan wel een achterhoedegevecht. De grootste overnamegolf heeft namelijk al rond 2015 plaatsgevonden en sindsdien is een nieuwe balans ontstaan tussen onafhankelijke praktijken en ketenpraktijken.
Een upgrade voor de branche
De komst van ketens heeft overigens niet uitsluitend geleid tot hogere prijzen. De gehele branche heeft een upgrade gehad. Door de opkomst van specialismen zijn veterinaire diensten inhoudelijk sterk doorontwikkeld. Daarbij is de consument de veterinaire diensten beter gaan waarderen. Inmiddels zijn voor dieren in veel gevallen medische behandelingen mogelijk die vergelijkbaar zijn met die voor mensen.
Ook voor mensen is de zorg kostbaar, maar dat valt minder op voor de gemiddelde consument, omdat het verzekerde zorg is. Dat de kosten van zorg blijven stijgen, is dan ook geen verrassing: in politiek Den Haag worstelt men al jaren met de toenemende uitgaven aan de gezondheidszorg.
Hoogwaardige diagnostiek en zorg als nieuwe standaard
Een gemiddelde dierenartspraktijk beschikt tegenwoordig over ten minste röntgen- en echoapparatuur en biedt steeds vaker uitgebreide dentale zorg aan. Er is daarmee aanzienlijk meer diagnostiek en zorg mogelijk dan bijvoorbeeld in een gemiddelde huisartsenpraktijk. Het zijn allemaal zaken die hoogwaardig zijn en vanzelfsprekend ook bekostigd moeten worden.
Daarnaast zijn er bovendien dierenziekenhuizen voor verdergaande tweede en derdelijns zorg. En diereigenaren hebben vervolgens zelf de keuze hoe ver zij willen gaan met de behandeling van hun dier(en). En ja, er zijn situaties bekend waarin er meer zorg wordt aangeboden dan strikt genomen noodzakelijk, maar een dierenarts houdt zich ook aan de kaders van Good Veterinary Practice (GVP).
Zelfstandig ondernemerschap in opmars
Circa 35 tot 40 procent van de dierenartspraktijken maakt deel uit van een keten, waarbij Evidensia en AniCura de grootste en bekendste zijn. Maar het rommelt hier en daar ook behoorlijk. In mijn dagelijkse praktijk ontmoet en adviseer ik regelmatig dierenartsen die, na een tijd bij een keten te hebben gewerkt, op zoek gaan naar nieuwe kansen in de vorm van zelfstandig ondernemerschap: het realiseren van een geheel nieuwe praktijk of een overname van een bestaande praktijk.
Deze ontwikkeling wijst op een groei van het zelfstandig ondernemerschap en een afname van het marktaandeel van ketens. Daarnaast worden diverse ketenlocaties ingekrompen of zelfs gesloten als gevolg van aanhoudende personeelstekorten.
GVP toepassen!
De meest gehoorde reden om voor zichzelf te beginnen, is de duidelijke keuze om Good Veterinary Practice (GVP) te blijven toepassen en daar een eerlijke prijs tegenover te zetten. Steeds meer dierenartsen nemen hierin bewust verantwoordelijkheid en corrigeren actief de uitwassen die in delen van de markt zijn ontstaan. De vrije diergeneeskundige markt is daarmee aan het werk om zichzelf waar nodig te corrigeren, aangevoerd door onafhankelijke dierenartsen, die kwaliteit en professionaliteit vooropstellen.
Onafhankelijke praktijken boeken succes in een veranderende markt
Die onafhankelijke praktijken – waaronder steeds meer startende dierenartsen – presteren opvallend goed. Vaste gezichten, relatief redelijke tarieven en baas over eigen GVP. Wij denken dat, mede door de toenemende aandacht van de ACM voor ketens, de kansen voor dit authentieke Nederlandse ondernemerschap alleen maar zullen groeien. Dit wordt bevestigd door het grote aantal nieuwe praktijken dat wij het afgelopen jaar hebben begeleid met businessplannen, financiële onderbouwing en begeleiding van het gehele proces.
Hoe meer (jonge) dierenartsen zelf durven te ondernemen, hoe meer de markt zichzelf aan het corrigeren is.