Imagine the independent physician

Belastingdienst gaf geen oordeel over schijnzelfstandigheid zzp-huisarts

De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) schreef op haar website dat geoordeeld is dat het onwaarschijnlijk is dat werken buiten dienstbetrekking, als zzp-waarnemer, kan. Dit  nieuwsbericht heeft een golf van onrust bij onze huisartsen veroorzaakt.

Het bericht is onvolledig

Dat bericht is echter onvolledig. De eigenlijke boodschap had moeten zijn dat ‘de overheid’ geen oordeel kan geven over zzp-waarneming. Het definitieve oordeel van de overheid heeft daarmee niets veranderd en de door dit bericht ontstane onrust is niet nodig.

De Belastingdienst schreef namelijk dat een oordeel over de ingediende casussen ‘niet mogelijk is’. Dat had dus eigenlijk de kop van het bericht moeten zijn: onder bepaalde omstandigheden is langdurige waarneming ‘lastig voorstelbaar’. Het formele oordeel van de overheid is in pdf-vorm in te zien op de ledenpagina.

Casus langdurige waarneming

De door de LHV ingediende casus blijkt erg kort:

Voorgelegd is de situatie van een waarnemend huisarts die aan een huisartsenpraktijk factureert op basis van een (vast) uurtarief en uitsluitend wordt uitbetaald voor de daadwerkelijk gewerkte uren. Alleen de praktijk kan declaraties indienen bij de zorgverzekeraar.

Deze waarnemer werkt voor rekening en risico van de praktijk, die (eind)verantwoordelijk- en aansprakelijk is voor de zorg die de waarnemer (namens) de huisartspraktijk levert.

De huisarts is daarbij gebonden aan de openingstijden van de praktijk en aan de door de praktijk vastgestelde tijden en duur van onder meer de spreekuren. Op de praktijklocatie maakt de waarnemer gebruik van de beschikbare spreekkamers, het ondersteunend personeel en overige bedrijfs- en hulpmiddelen. De waarnemer heeft alleen een eigen dokterstas.

Dit feitencomplex is voor drie ministeries en de Belastingdienst te beperkt om een oordeel te kunnen geven over mogelijke schijnzelfstandigheid. Om dat vast te stellen,  moet je meer weten van een specifieke arbeidsrelatie.

Welke voorstelling heeft de overheid bij een zzp-arts?

  • De aansprakelijkheid kan óók bij de waarnemer liggen

De overheid gaat ervan uit dat een huisartspraktijk als zorgaanbieder eindverantwoordelijk en aansprakelijk is en daarom moet toezien op de juiste uitvoering van de werkzaamheden. Ook verwacht zij dat de huisartspraktijk in eerste instantie financieel aansprakelijk is en dat het aannemelijk is dat de praktijk voor de waarnemer een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.

Merk op dat op die voorstelling van zaken het één en ander af te dingen valt.
Er zijn huisartspraktijken waarin waarnemers hun spreekuren zelfstandig kunnen invullen, zonder instructies van de praktijkhouder. Écht het bestaat(!).
Bovendien zijn waarnemers als zorgverlener zelf ook aansprakelijk. De eerste waarnemer die geen eigen aansprakelijkheidsverzekering heeft moeten wij nog tegenkomen.

  • ‘Dé waarnemer is gebonden aan de werktijden van de praktijk’

Voor de overheid is het niet aannemelijk dat een waarnemer de vrijheid heeft om de ene keer wel- en de andere keer niet te komen werken. Er wordt van uitgegaan dat de waarnemer werkt volgens het rooster van de praktijk. Dat de waarnemer mogelijk een ruime vrijheid heeft bij het bepalen van de dagen en tijden waarop hij of zij werkt, ziet de overheid (nog) niet voor zich.

Bijvoorbeeld dat er vrijheid zou bestaan om af te spreken dat je later op de ochtend begint, of dat je in een bepaalde periode niet — of juist wel — komt werken. Die vrijheid is niet ondenkbaar. Zie bijvoorbeeld:  ECLI:NL:RBGEL:2025:8159. Misschien is dit aspect zelfs  een belangrijke reden voor een waarnemer om, welbewust, voor zelfstandigheid te kiezen.

  • ‘Een waarnemer werkt in de huisartspraktijk en is ‘ingebed’’

Werken op de praktijklocatie met gebruik van de voorzieningen van de praktijk, en volgens het door de praktijk vastgestelde rooster, wijst volgens de overheid op ‘inbedding in de praktijk’. Daarnaast wordt aangenomen dat sprake is van inbedding omdat eventuele klachten over de waarnemer door de praktijk worden behandeld.

Hier is het interessant om te wijzen op de toelichting die de Belastingdienst geeft over werken op een locatie van een opdrachtgever:

  • Beslis- en afwegingskader Belastingdienst:

Brengt de aard van het werk met zich mee dat de opdrachtnemer op een bepaalde locatie of op een bepaald tijdstip moet werken? Dan wijst dat niet automatisch op een arbeidsovereenkomst. De locatie staat dan vast. En als de bouwplaats om veiligheidsredenen vanaf een bepaald tijdstip niet meer toegankelijk is, zijn ook de werktijden niet helemaal vrij te bepalen. In zo’n geval zegt dit punt minder over wel of geen arbeidsovereenkomst.

‘Inbedding’, ‘het rooster’, ‘de locatie’ zijn feiten die (op zichzelf) minder zeggen over het bestaan van een (hiërarchische) gezagsverhouding; over wel- of geen arbeidsovereenkomst. Toch?

Imagine the independent physician

Het lijkt erop dat de overheid hier vooral heeft geprobeerd zich een beeld te vormen van de waarnemend arts in loondienst. Dat is goed gelukt.

Zullen we in het nieuwe jaar ook eens proberen om ons een voorstelling te maken van de zelfstandige waarnemend arts, buiten loondienst? Een waarnemer bij een praktijk die geen instructies geeft, die werkt op basis van eigen professionele verantwoordelijkheid, en die — in goed overleg — de vrijheid heeft om tot passende werktijden te komen. Werken als zelfstandig arts is heel goed voorstelbaar. Just imagine: it is not hard to do.

Deel dit verhaal:
Gratis kennismakingsgesprek Contact
10 gratis starterstips voor jouw start als medisch ondernemer
10 gratis starterstips pdf

Leuk dat je onze website bezoekt. Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te verbeteren, maken wij gebruik van functionele en analytische cookies. Wij gebruiken geen tracking cookies. Naast het accepteren van de cookies, kun je deze ook beheren via 'Cookie instellingen'.
Accepteer cookiesCookie instellingen