Mark Kiesbrink
In het Witboek is de verplichting opgenomen dat een ‘collectief’ lokaal de belangen behartigt van de aangesloten medisch specialisten in het kader van het beheersmodel.
Voor de medisch specialist is het collectief in meerdere opzichten belangrijk. Het behartigt niet alleen de (financiële) belangen van de medisch specialisten, maar is ook spreekbuis, onderhandelt en maakt afspraken met stakeholders.
Het is verstandig om goed stil te staan bij de juiste rechtsvorm voor het unieke collectief omdat er financiële aspecten mee gemoeid zijn, maar ook omdat de rechtsvorm een degelijk fundament is voor de samenwerking. Het is bovendien urgent omdat de rechtsvormkeuze nog in 2011 moet zijn gemaakt, zodat de aangesloten medisch specialisten fiscaal zijn aangemerkt als zelfstandig ondernemer.
Het collectief kent geen verplichte rechtsvormkeuze. Doorslaggevend is of de rechtsvorm uiteindelijk in voldoende mate aansluit bij de belangen van de medisch specialist, rekening houdt met de belangen van de aangesloten vakgroepen, een optimaal ingerichte interne organisatie heeft en slagvaardig is naar buiten toe.
Dat zijn nogal wat criteria en men spreekt geen specifieke voorkeur uit. Het Witboek komt niet verder dan een summiere analyse van de diverse mogelijke rechtsvormen, die uiteindelijk resulteert in een shortlist van twee rechtsvormen: de stafmaatschap en de coöperatie. Deze voorselectie lijkt plausibel. Beide rechtsvormen hebben al een bepaalde track record in de medische wereld, waarbij de stafmaatschap de bekendere vorm is.
Beide rechtsvormen hebben een vergelijkbaar rechtskarakter omdat zij beide gericht zijn op samenwerking.
Beide vormen zijn in voldoende mate flexibel en kunnen worden ingericht naar de wensen van de aangesloten medisch specialisten. Hoewel de coöperatie, in vergelijking met de stafmaatschap, meer dwingende wettelijke regels kent, is het niet zo dat deze regels de samenwerking belemmeren.
De statuten van een coöperatie kunnen in voldoende mate vergelijkbaar worden ingericht als een stafmaatschap-overeenkomst. Het besluitvormingsproces kan, bijvoorbeeld, in beide vormen worden geoptimaliseerd door te werken met vakgroepmandaten. Zodoende kan de besluitvorming niet door een enkeling worden getraineerd en wordt het collectieve belang goed behartigd, zonder de wezenlijke belangen van het individu met voeten te treden.
Naast de overeenkomsten zijn er ook wat verschillen. Een stafmaatschap kent geen rechtspersoonlijkheid, zoals de coöperatie die wel heeft. Het hebben van rechtspersoonlijkheid kan bevorderlijk zijn bij het formaliseren van afspraken met stakeholders, maar het ontbreken ervan kan ook worden ondervangen door te werken met heldere mandaten en vertegenwoordigingsregelingen.
Het hebben van rechtspersoonlijkheid betekent overigens niet dat alleen de coöperatie alleen een afgescheiden eigen vermogen kent. Uit rechtspraak volgt dat ook de maatschap een dergelijk afgescheiden vermogen kent en dat ook bij toe- en uittreding daarin aandelen kunnen worden gekocht en verkocht.
De coöperatie kent de mogelijkheid tot beperking van aansprakelijkheid. Dit is met name een belangrijk thema als men spreekt over beroepsaansprakelijkheid. Het is de vraag of het collectief als zodanig te maken krijgt met doorwerking van beroepsaansprakelijkheid. Die komt in eerste instantie bij de individuele medisch specialist te liggen, dan wel de betreffende vakgroep. Bovendien leert de praktijk dat contractuele aansprakelijkheidsbeperking slechts tot op zekere hoogte effectief is. Het verzekeringstechnisch afdekken van deze risico's is in de praktijk altijd de belangrijkste verdediging tegen dergelijke aanspraken. Wat ons betreft is dit wel een belangrijk item, maar niet doorslaggevend.
Wel doorslaggevend is of er wel of niet sprake is van fiscale transparantie. Die lijkt in eerste instantie beter geborgd bij de stafmaatschap dan bij de coöperatie, die toch mogelijke beperkingen kent.
Wat de fiscale transparantie betreft, is er in de praktijk toch een voorkeur voor de stafmaatschap. De stafmaatschap is in feite een macrovariant op de bij velen bekende vakgroepmaatschap. Bekend maakt bemind, leert de ervaring. Ook is er geen aanleiding om het in dit stadium moeilijker te maken dan dat het eigenlijk is.
Belangrijk is dat men bij het maken van een keuze voornoemde objectieve (juridische en fiscale) selectiecriteria voldoende weegt, maar daarbij ook de volgende subjectieve criteria meeneemt:
• Ga goed na of de rechtsvorm geschikt is om de gestelde doelen te bereiken.
• Let goed op mogelijke valkuilen en procesverstoringen.
• Kies voor de rechtsvorm die past bij de stijl van de aangesloten medisch specialisten.
Zoals met zoveel andere zaken is er dus niet één entiteit aan te wijzen die - bij uitstek - geschikt is om aan een collectief in vorm te geven. Ieder ziekenhuis, iedere vakgroep en iedere medisch specialist is anders. Weeg daarom zaken goed tegen elkaar af en bezint, eer gij begint.
De juristen van Raadgevers Kuijkhoven hebben jarenlange ervaring in het begeleiden van dergelijke juridische trajecten. Onze juristen kunnen u helpen met het redigeren van de stafmaatschapsovereenkomst (op basis van het model van de Orde), het toetsen van deze overeenkomst of het toetsen van de stukken van de coöperatie. Zij hebben hiervoor kennis van zaken, wijzen u op de belangrijkste items, kennen de valkuilen en laten u de diverse alternatieven zien.
Schrijf u hier in voor de workshops en kijk hieronder voor meer interessante artikelen:
Een kijkje achter de cijfers van het verdien- en verdeelmodel
Het verdeel- en verdienmodel volgens Raadgevers Kuijkhoven
Verdelen of verdienen: that is the question
![]() |
Mark Kiesbrink studeerde in 1999 af in economisch publiek- en bedrijfsrecht aan de Universiteit Utrecht. Tien jaar later studeerde hij cum laude af in managementwetenschappen aan de Open Universiteit. Hij is al ruim tien jaar voor Raadgevers Kuijkhoven actief als jurist in de zorgsector en is gespecialiseerd in samenwerkingsvormen voor vrije medische beroepsbeoefenaren. |