Home
---

Columnarchief

Column mei 2011 Parallel

 

Als het gaat om arbeidsongeschiktheidsverzekeringen kan er een parallel getrokken worden tussen een tandarts en een verzekeringsadviseur.
 
Als tandarts adviseer je jouw patiënten om de ‘gevaren van buiten’ zoveel mogelijk te beheersen: doe aan goede mondverzorging, gebruik van de juiste tandenborstel, ga regelmatig langs bij tandarts of mondhygiënist.
Als adviseur van tandartsen wijs ik mijn klanten er ook op om de gevaren van buiten zoveel mogelijk te beheersen, door een goede verzekering te sluiten met de juiste voorwaarden, en regelmatig te laten checken of de dekking nog actueel en volledig is.
We proberen allebei patiënten en klanten vanuit onze eigen expertise bewust te maken van de risico’s. Risico’s die grote gevolgen kunnen hebben. En we kunnen hier ook, terecht, op worden aangesproken.

 

Uiteindelijk blijft het bij een advies en dient zowel de tandarts als de verzekeringsadviseur af te wachten of het advies uiteindelijk opgevolgd wordt. Daarom voert de tandarts periodiek een controle uit bij zijn of haar patiënt, en daarom houd ik een periodieke check bij de arbeidsongeschiktheidsverzekering van mijn klant.

 

Het is nu een goed moment om nog eens stil te staan bij welke andere aanbieders er momenteel zijn. Niet alleen om naar het premieverschil op korte termijn te kijken, maar vooral naar de verschillen in premie en voorwaarden over de gehele looptijd.

Zo is de parallel weer getrokken: u bent als tandarts tevreden over de mate van risicobeheersing en uw patiënt is tevreden met een tandarts die zich echt alleen om de patiënt bekommert.

 

Drs. Albert Heeling


 

Column mei 2010 Marktwerking in de praktijk door Douwe de Vries

 

Ik ben al vanaf 1985 werkzaam als adviseur in de zorg. Eerst in loondienst bij ABN AMRO, daarna vanaf 1990 als zelfstandig ondernemer in maatschapsverband. In die periode heb ik het verdienmodel van de specialist zien veranderen van een open eind financiering via een budgetsysteem naar het huidige systeem: de DBC.
De achtergrondgedachte bij al deze wijzigingen is geweest, dat de overheid kostenbeheersing wilde bereiken en natuurlijk ook loonpolitiek bedreef. Zo werd in 1985 het norminkomen van de specialist vastgesteld op 180.000 gulden bij een 40-urige werkweek. Daarnaast mocht er 50.000 gulden aan normkosten in het tarief zitten, zodat circa 230.000 gulden een normale omzet was voor een gemiddelde specialist.


Nu, 25 jaar en evenveel politieke debatten (met grote woorden als zakkenvullers en perverse prikkels) verder, spreken we over de balkenendenorm en een vergelijkbaar bedrag aan kosten voor de specialist. Maar we hebben het nu wel over euro`s. De honoraria vormen maar een klein deel van de kosten in de zorg: de totale kosten van de curatieve zorg laten een veel steilere groeicurve zien.
Deze curve is steiler gaan lopen na de invoering van het principe van de marktwerking belichaamd in de DBC. Waarschijnlijk hebben de rekenmeesters hier een basisprincipe van de economie over het hoofd gezien (mavo/havo 4, vwo 5): als de vraag groter is dan het aanbod, stijgt de prijs. Daling ligt dus zeker niet in het verschiet. Kosten voor de introductie van dit systeem: 1.6 miljard euro.
Marktwerking is dus niet de oplossing.


Een andere veel gehoorde optie is een loondienstverband voor alle specialisten. Hierdoor krijgt het ziekenhuis meer grip op de specialisten en, kan er efficiënter worden gewerkt, en kunnen in het kader van marktwerking doelstellingen worden opgelegd die van belang zijn voor het ziekenhuis. Werkt dit ook zo?
De laatste groep artsen, die collectief is overgestapt naar een loondienstverband, wordt gevormd door de kinderartsen. Hier is een soort CAO tot stand gekomen die ervoor zorgt dat het aantal FTE meer is gestegen dan de productie. Dat kan geen bezuiniging opleveren.
Over het opleggen van doelstellingen heb ik recentelijk iets met eigen ogen kunnen waarnemen in China. Daar zijn alle artsen in loondienst met een -ook voor Chinese begrippen- laag salaris. Daarnaast kunnen zij hun inkomen verhogen door de targets die het ziekenhuizen hen oplegt te halen. Hierbij moet je denken aan onnodige behandelingen en medicatie. De gemiddelde Chinees vertrouwt zijn arts dus ook niet. De artsen die wel het vertouwen genieten, vragen een bijdrage voor hun gemis aan inkomen in de vorm van zwart geld.
Geleide loonpolitiek met verlies van autonomie is ook geen oplossing en kan tot excessen leiden in combinatie met marktwerking.


Wat is dan wel de oplossing?
Ik denk dat de oplossing moet worden gezocht in het maken van keuzes.

Niet alles wat kan moet ook worden gedaan, en niet alles wat wordt gedaan moet uit collectieve middelen worden gefinancierd. De artsen zouden in dit keuzeproces het medisch/ethische voortouw moeten nemen en de politiek de pegels en het koopkrachtplaatje.
Overigens moet in zo`n keuzeproces de professionele autonomie extreem geborgd worden,anders loop ik het risico dat ik in de toekomst mijn specialist ook zwart moet betalen. Dat zou pas echt marktwerking zijn.

 


 

Column februari 2010:

De waarneemregeling in de praktijk door Mark Kiesbrink

In mijn werk als juridisch adviseur beoordeel en maak ik jaarlijks tientallen maatschapscontracten.

 

Een onderwerp waar cliënten vaak weinig aandacht aan besteden is de waarneemregeling voor (para-)medici bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid en de financiële consequenties hiervan. In de dagelijkse adviespraktijk komen vragen en onenigheid over juist deze regeling zeer frequent voor. Dan blijkt ook vaak dat de regeling anders in elkaar steekt dan partijen eigenlijk hadden bedoeld.
Reden genoeg om de diverse mogelijkheden en consequenties bij deze regeling eens nader te belichten:

 

Waarnemen bij ziekte: kijk eerst naar de maatschap

Voordat ik bij een contractbespreking een oordeel ga vormen over welke waarneemregeling het beste past bij een maatschap, kijk ik eerst naar een aantal zaken:
• Het karakter van de maatschap. Hoe is de maatschap ingericht: zakelijk, sociaal en solidair of juist meer een mengvorm?
• De samenstelling van de maatschap. Zijn de verhoudingen binnen de maatschap evenwichtig verdeeld of wordt de koers van de maatschap door één of enkelen bepaald?
• Hebben partijen een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)? Met name het inkomen dat verzekerd is en de eigen risicoperiode zijn daarbij richtinggevend.
• Maakt de maatschap onderdeel uit van een groter verband met waarnemen en diensten draaien?
• De doelstellingen van de maatschap, met name ten aanzien van waarnemen en de hoe de kosten ervan moeten worden gedragen. Wat ik zie is dat het borgen van de continuïteit van de zorg binnen de maatschap meestal het uitgangspunt is, maar dat er nog wel wat verschillen zijn in de verdeling van arbeid en financiële lasten bij waarneming.  

 

Welke waarneemregelingen zijn gebruikelijk?

Hoewel er natuurlijk onderling veel verschillen zijn tussen de wijze waarop diverse (para-)medici praktijk voeren, zijn er bijzonder veel overeenkomsten tussen waarneemregelingen. Dit zijn de meest voorkomende varianten:

 

Regeling 1: waarneemkosten volledig ten laste van het winstaandeel

In de meeste contracten is geregeld dat de maatschap samen met de zieke partij een waarnemer aanstelt. De waarneemkosten worden in mindering gebracht op het winstaandeel. De zieke partij heeft dan een inkomen dat bestaat uit de uitkering van zijn of haar arbeidsongeschiktheidsverzekering, vermeerderd met de restwinst.

 

Regeling 2: waarneemkosten tot een plafond ten laste van het winstaandeel

In de loop der tijd zijn er aanpassingen gekomen op deze regeling. Zo is in veel contracten tegenwoordig opgenomen dat de zieke partij maar tot een bepaald bedrag de waarneemkosten dient te betalen. Dit bedrag hebben partijen dan zelf vastgesteld of er wordt verwezen naar richtlijnen van de beroepsvereniging. De waarneemkosten die boven dit richtbedrag vallen, komen dan voor rekening van de hele maatschap. Deze regeling kan worden toegepast zowel bij externe als interne waarneming.

 

Regeling 3: inbreng uitkeringen AOV in de maatschap

Regeling 3 is een variant op regeling 1. Nu brengt de zieke partij de uitkeringen van zijn of haar AOV in in de maatschap en ontvangt hij of zij een volledig winstaandeel.

 

Regeling 4: inleveren percentage van het winstaandeel t.b.v. bekostiging waarneming

Deze regeling is ook een variant op regeling 1 en wordt in de praktijk steeds populairder. Bij langdurige ziekte dient de zieke partij een percentage van het reguliere winstaandeel in te leveren aan de maatschap. De maatschap bekostigt de waarneming, ongeacht of de maatschap zelf waarneemt of een externe waarnemer wordt aangetrokken. Ook hier heeft de zieke partij een inkomen dat bestaat uit de uitkering van zijn of haar arbeidsongeschiktheidsverzekering, vermeerderd met de restwinst.

 

Regeling 5: geen verplichting tot aanstellen waarnemer

Het kan ook voorkomen dat de arbeidsongeschikte partij helemaal geen waarnemer aanstelt. De meeste contracten voorzien niet in deze situatie. Dan kan het onwenselijke effect ontstaan dat de zieke partij een uitkering ontvangt zijn of haar AOV en een volledig winstaandeel.

 

Een rekenvoorbeeld

Ik denk zelf dat bij het maken van een keuze voor een waarneemregeling de financiële implicaties ervan bepalend zijn. Een voorbeeld werkt misschien verhelderend:
• Een medicus werkt binnen een maatschap samen met vier anderen. Voor het gemak ga ik er vanuit dat zij allemaal 100 % en 5 dagen per week werkzaam zijn ten behoeve van de maatschap.
• Het winstaandeel van de medicus bedraagt € 225.000,= per jaar.
• Tijdens een vakantie breekt de medicus zijn arm op meerdere plekken en is daardoor voor een periode van twaalf maanden volledig arbeidsongeschikt. Ik ga ervan uit dat hij ook geen managementtaken kan verrichten.
• Om het verzekerd jaarbedrag uit te rekenen voor de AOV, wordt het voornoemde winstaandeel verminderd met zakelijke kosten, zoals pensioenpremies, rentelasten, autokosten en dergelijke.  Wat resteert is een zakelijke winst vóór afschrijvingen van € 200.000,=. Maximaal 80 % van dit bedrag, dus € 160.000,= per jaar, kan worden verzekerd binnen een AOV. Er is dan sprake van een verzekerd bedrag van € 438,36 per kalenderdag.
• De daadwerkelijke waarneemkosten voor een externe waarnemer zijn € 800,= per werkdag.
• De beroepsvereniging hanteert als richtlijn voor de waarneemkosten € 500,= per werkdag.
• Binnen de maatschap wordt in de eerste maand van afwezigheid wegens ziekte gratis waargenomen.
• Het aantal werkdagen op jaarbasis (exclusief de eerste maand waarneming om niet) is 200.
• Het aandeel van de partij in de praktijk wordt na de eigen risicotermijn van één maand volledig waargenomen door een externe waarnemer.
• Het inhoudingspercentage op het winstaandeel bij ziekte bedraagt 70 %.

 

Het inkomen van de zieke partij ziet er in deze regeling er dan als volgt uit:

 

 

 

Kosten externe waarnemer

AOV-uitkering

Inkomen van zieke partij op jaarbasis

Regeling 1

(200 werkdagen x € 800,00 =) 
€ 160.000,=

(335 kalenderdagen x € 438,36 =)
€ 146.850,60

(€ 225.000,00 -/-
€ 160.000,00 +
€ 146.850,60 =)
€ 211.850,60

 

Regeling 2

(200 werkdagen x € 800,00 =) 
€ 160.000,=

(335 kalenderdagen x € 438,36 =)
€ 146.850,60

(€ 225.000,00 -/-
€ 100.000,00 -/-
(1/5e deel van
€ 60.000,00 =)
€ 12.000,00 +
€ 146.850,60 =)
€ 259.850,60

 

Regeling 3

(200 werkdagen x € 800,00 =) 
€ 160.000,=

(335 kalenderdagen x € 438,36 =)
€ 146.850,60

€ 225.000,00
N.B. Uitkering AOV is ingebracht in maatschap.

 

Regeling 4

(200 werkdagen x € 800,00 =) 
€ 160.000,=

(335 kalenderdagen x € 438,36 =)
€ 146.850,60

(30 % van
€ 225.000,00) +  
€ 146.850,60 =
€ 214.350,60

Regeling 5

(200 werkdagen x € 800,00 =) 
€ 160.000,=

(335 kalenderdagen x € 438,36 =)
€ 146.850,60

€ 225.000,00 +
€ 146.850,60 =
€ 371.850,60

 

 

In een grafiek worden de verschillen nog duidelijker zichtbaar:

 

grafiek

 

Waarneemregeling: een lastige keuze?

Deze rekenvoorbeelden laten de financiële implicaties van een regeling duidelijk zien.

 

Onder meer laat het zien dat zolang de daadwerkelijke waarneemkosten enigszins een gelijke tred houden met de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, het inkomen van de zieke partij niet wezenlijk verandert (regeling 1).

 

Zodra de bijdrage van de arbeidsongeschikte partij echter wordt afgetopt, ontstaat er een aanzienlijk verschil tussen de daadwerkelijke kosten van waarneming en zijn of haar bijdrage in die kosten (zie regeling 2). Dan ontstaat er in feite een onwenselijke situatie. De maatschap ondervindt dan (financiële) druk vanwege de waarneemsituatie en ziet tegelijkertijd dat de arbeidsongeschikte partij er in inkomen op vooruit gaat. Laat om die reden het richtbedrag van de waarneemkosten niet te veel afwijken van de marktconforme vergoeding.

 

Bij regeling 3 verandert er in feite niets voor de zieke partij. Hij of zij ontvangt gewoon het reguliere winstaandeel. Binnen de maatschap moeten er dan wel goede afspraken worden gemaakt over de hoogte van het te verzekeren dagbedrag voor de AOV, de eigen risicoperiode, de einddatum van de AOV en het arbeidsongeschiktheidscriterium. Deze dienen zoveel mogelijk gelijk te zijn.

 

Regeling 4 laat zien dat het inkomen ongeveer gelijk blijft. Dat komt door de keuze voor het percentage van 70 %. Met dit percentage benader je (duimregel) ongeveer het winstniveau van wat maximaal verzekerbaar is voor een AOV.

 

In regeling 5 vindt een volledig onwenselijk effect plaats. De zieke partij profiteert financieel van zijn arbeidsongeschiktheidssituatie. Dit geval kan eenvoudig worden voorkomen door de waarneemregeling aan te scherpen en/of door een bepaling op te nemen dat de winstverdeling kan worden aangepast indien iemand niet aan zijn of haar arbeidsinbreng voldoet.

Bij samenwerkingsconstructies zorgt het uitvallen van één van de mensen altijd voor druk op de organisatie. Dit kan iedereen gebeuren. Daarom is een eerlijke waarneemregeling cruciaal en verdient deze regeling bij de contractonderhandelingen voldoende aandacht. Het maken van een goede keuze tussen waarneemregelingen is niet eenvoudig, maar kan wel op maat gesneden worden op de maatschap. De uiteindelijke keuze voor een regeling is enerzijds afhankelijk van ‘softe’ criteria, zoals het karakter, de samenstelling en de doelstellingen van de maatschap en anderzijds van ‘harde’ financiële indicatoren. Het resultaat moet een regeling zijn waarbij alle partijen zich prettig voelen en waarbij de lasten evenredig over de maatschap en de zieke partij worden gedeeld.

 

Nog enkele tips

Vergeet niet:
• Waarneemvergoedingen zijn alleen verschuldigd over waarneembare dagen. Met andere woorden voor dagen waarop de zieke partij oorspronkelijk ook zou werken. Hou met name bij de keuze voor regeling 1 of 2 hier rekening mee.
• Bij vrijwel alle regelingen is het verstandig om in het maatschapscontract op te nemen dat de vakantiedagen van partijen door langdurige ziekte worden gereduceerd. Meestal worden per twee maanden ziekte de vakantiedagen met 1/6e deel verminderd. Hiermee kan een lastige discussie binnen de maatschap worden voorkomen over arbeidsinzet na de periode van arbeidsongeschiktheid.
• Veel maatschapscontracten hebben geen duidelijke regeling voor de situatie dat iemand gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Vaak wordt dit ad hoc geregeld. Verstandiger is echter om van tevoren hier al een keer goed over te hebben nagedacht. Dat voorkomt later veel pijnlijke en onnodige discussie.

 

Meer weten?

Uit het voorgaande blijkt dat het maatschapscontract niet altijd standaard is, want dat zou namelijk betekenen dat iedere maatschap standaard is. Het maken van het maatschapscontract vergt gewoonweg maatwerk. De juristen en de praktijkadviseurs van Raadgevers Kuijkhoven hebben daar al sinds jaar en dag een heldere kijk op.

Wilt u meer weten hierover? Neem dan contact met ons op via 030 2525400 of stuur een e-mail naar info@raadgevers.nl 

 

Was getekend

mr. drs. Mark Kiesbrink, jurist bij Raadgevers Kuijkhoven.

 

Download deze column als PDF download_als_pdf

Bij het gebruik van deze website kan door Raadgevers Kuijkhoven en/of door derden informatie over uw gebruik van deze en andere websites worden verzameld, bijvoorbeeld door middel van cookies. Een cookie is een klein bestandje dat met pagina’s van een website wordt meegestuurd en door uw browser op de harde schijf van uw computer wordt opgeslagen. De cookie laat toe dat uw browser vervolgens wordt herkend bij herhaald bezoek aan een website.

Om meer te weten over het gebruik van cookies en de wijze waarop u deze kunt verwijderen, verwijzen wij u naar ons privacybeleid.

continue

EU Cookie Directive Module Information